| | 8 | OpenAC gebruikt voor veel tabellen een samengestelde key. De key begint altijd met <centrumprefix>-. Na het koppelteken volgt optioneel een serieprefix en dan een volgnummer. Zie [wiki:Documentatie/Beheerder/Installeren/Server#Configurerenserieprefix Configureren serieprefix] voor meer informatie over samengestelde keys. |
| | 9 | |
| | 10 | Om de eerstvolgende key te bepalen wordt de tabel gelockt om te voorkomen dat twee keer dezelfde key wordt uitgegeven. Dat gaat meestal goed, behalve als in korte tijd veel keys uitgegeven moeten worden. Dan levert het lock errors op. Omdat OpenAC 3 een stuk sneller is dan OpenAC 2 kan dit gebeuren bij sommige OpenAC 3 schermen. |
| | 11 | |
| | 12 | De OpenAC 3 Key Server is ontwikkeld om dit probleem te voorkomen. Bij gebruik van de Key Server doet OpenAC 3 voor elke nummerserie éénmalig een query waarbij de tabel wordt gelockt. De volgende keer dat een key uit dezelfde serie wordt aangevraagd wordt een teller uit de key cache opgehoogd en een nieuwe key teruggegeven. Er zijn verder geen query's en database locks meer nodig. Hiermee voorkomen we lock errors. |
| | 13 | |
| | 14 | Bij gebruik van de Key Server verstuurt OpenAC 2 voor elke key een request aan OpenAC 3. Deze geeft de key terug. In de oude situatie kwam de key trouwens ook van de server, maar dan de database server met behulp van een query. |