| 32 | | ||**Type**||"WebDAV" om WebDAV te gebruiken, anders "Filesystem"|| |
| 33 | | ||**Host**||De hostnaam van de server waar OpenAC 3 en de WebDAV-server op draaien. OpenAC clients moeten de server met deze naam kunnen benaderen|| |
| 34 | | ||**Port**||Het poortnummer waarop de WebDAV-server te bereiken is. Het poortnummer mag niet in gebruik zijn (ook niet door OpenAC 3) en moet worden vrijgegeven in de firewall|| |
| 35 | | ||**Dir**||De documentenmap van OpenAC. Het pad mag zowel in UNC-notatie of met een schijfletter worden opgegeven maar gebruik altijd **forward slashes**|| |
| 36 | | ||**!LogDir**||Lokale servermap waar de WebDAV-server zijn logbestand naartoe schrijft. Gebruik een schijfletter en **forward slashes**|| |
| 37 | | ||**KeyFile**||De key van het SSL-certificaat in PEM-formaat|| |
| 38 | | ||**CertFile**||Het SSL-certificaat in PEM-formaat|| |
| | 32 | ||{{{Type}}}||"WebDAV" om WebDAV te gebruiken, anders "Filesystem"|| |
| | 33 | ||{{{Host}}}||De hostnaam van de server waar OpenAC 3 en de WebDAV-server op draaien. OpenAC clients moeten de server met deze naam kunnen benaderen|| |
| | 34 | ||{{{Port}}}||Het poortnummer waarop de WebDAV-server te bereiken is. Het poortnummer mag niet in gebruik zijn (ook niet door OpenAC 3) en moet worden vrijgegeven in de firewall|| |
| | 35 | ||{{{Dir}}}||De documentenmap van OpenAC. Het pad mag zowel in UNC-notatie of met een schijfletter worden opgegeven maar gebruik altijd **forward slashes**|| |
| | 36 | ||{{{LogDir}}}||Lokale servermap waar de WebDAV-server zijn logbestand naartoe schrijft. Gebruik een schijfletter en **forward slashes**|| |
| | 37 | ||{{{KeyFile}}}||De key van het SSL-certificaat in PEM-formaat|| |
| | 38 | ||{{{CertFile}}}||Het SSL-certificaat in PEM-formaat|| |
| 47 | | Communicatie tussen Office en de WebDAV-server is beveiligd met een SSL-certificaat. Om ingebruikname van de server te vergemakkelijken leveren we een door de Fenac uitgegeven certificaat mee met OpenAC. Dit certificaat is te vinden in de map Modules\WebDAV. Om het te kunnen gebruiken moet het rootcertificaat hiervan worden vertrouwd. Doe dit door FenacCA.cer te installeren als vertrouwd basiscertificaat. |
| | 49 | Communicatie tussen Office en de WebDAV-server is beveiligd met een SSL-certificaat. Zonder een geldig certificaat werkt de koppeling niet. |
| | 50 | |
| | 51 | Uit bovenstaande voorbeeldconfiguratie blijkt dat de WebDAV-server moet worden geconfigureerd met een SSL-certificaat en -key in aparte bestanden. Als je een certificaat in PKCS#12-formaat hebt (met pfx- of p12-extensie) dan kun je met behulp van openssl het certificaat en key exporteren naar de vereiste bestanden in PEM-formaat. In beide gevallen zal openssl vragen om het wachtwoord van de private key: |
| | 52 | |
| | 53 | Exporteer private key |
| | 54 | {{{# |
| | 55 | openssl pkcs12 -in openac-certificaat.pfx -out openac-certificaat.key -nodes -nocerts |
| | 56 | }}} |
| | 57 | |
| | 58 | Exporteer certificaat |
| | 59 | {{{ |
| | 60 | openssl pkcs12 -in openac-certificaat.pfx -out openac-certificaat.crt -nokeys |
| | 61 | }}} |
| | 62 | |
| | 63 | Om de server te testen leveren we een door de Fenac uitgegeven certificaat mee met OpenAC. Dit certificaat is te vinden in de map Modules\WebDAV. Om het te kunnen gebruiken moet het rootcertificaat hiervan worden vertrouwd. Doe dit door FenacCA.cer te installeren als vertrouwd basiscertificaat. **Let op:** het meegeleverde certificaat is uitgegeven voor localhost en kan alleen lokaal op de server worden getest. Om de server te testen met het meegeleverde bestaat moet de TLS-sectie uit het configuratiebestand worden weggelaten |